WE GIVE YOU THE BLOCKS TO BUILD YOUR BODY

Go to account settings
05 May 2021

Wat is Proteïne

Wat is Proteïne

Proteïne, is de wat luxe benaming voor eiwit. Het is de belangrijkste macronutriënt van onze voeding, belangrijker dan vetten en koolhydraten. Eiwitten bestaan uit aan elkaar gekoppelde aminozuren en is betrokken bij bijna alle processen in ons lichaam. Het consumeren van voldoende eiwitten is essentieel in het omzetten en aanmaken van weefsel en dat geldt niet alleen voor spierweefsel. Graag willen wij wat dieper ingaan op waar deze eiwitten nu voor zijn, wat voor functies ze in het lichaam hebben en waarom ze zo belangrijke zijn voor je herstel en behoud van je gezondheid.

Spiereiwit & eiwit uit je voeding

Belangrijk is te onderscheiden dat er een verschil is tussen spiereiwitten en de eiwitten in de menselijke voeding. Ongeveer 20% van de menselijke spiercel is opgebouwd uit eiwitten, bestaande uit actine en myosine filamenten die in en uit elkaar schuiven bij het maken van een contractie en relaxatie van de spier. Het zijn dus de actieve gedeeltes in een spier die in en uit elkaar schuiven als we een spier aanspannen en ontspannen. Hier worden dus niet de eiwitten mee bedoeld die in de menselijke voeding zitten en door ons lichaam verteerd worden. Onze spiereiwitten zijn echter wel opgebouwd uit de aminozuren die wij uit deze voeding halen.

Aminozuren

Eiwitten uit de menselijke voeding worden op verschillende plekken in ons spijsverteringskanaal afgebroken tot aminozuren. Je zou het zo kunnen zien: eiwitten hebben een opbouw van honderden gebonden aminozuren, ook wel peptiden genoemd. Deze peptidenketens zijn als een aantal stenen met cement, waarbij elk aminozuur één enkele baksteen is.

De menselijke voeding kent zo’n 20 aminozuren. Deze aminozuren bestaan uit essentiële en niet essentiële aminozuren. Er zijn aminozuren die het lichaam zelf aan kan maken, die zijn niet essentieel. Er zijn ook aminozuren die het lichaam niet zelf kan aanmaken, deze zijn wel essentieel. Een niet-essentieel aminozuur ontstaat niet zomaar. Het lichaam heeft vele oplossingen om stoffen aan te maken, en daar zijn weer andere elementen voor nodig om dit te bewerkstelligen. Dit proces wordt ook wel biosynthese genoemd. Niet-essentiële aminozuren kunnen uit (semi) essentiële aminozuren worden gemaakt, mits er van deze aminozuren voldoende aanwezig is. Nog belangrijker is misschien wel of het essentiële aminozuur wat hiervoor gebruikt is naderhand nog voldoende aanwezig is immers: het essentiële aminozuur kan alleen via de voeding worden verkregen en zichzelf niet aanmaken uit andere elementen. De aminozuren die middels dit proces tot stand komen, noemen we ook wel ‘semi-essentiële’ of ‘conditioneel essentiële’ aminozuren. Situaties waar een beroep op dit systeem kan worden gedaan zijn bijvoorbeeld; snelle groei (kinderen), operaties of zware sportbeoefening. Ook belangrijk om te weten is dat we L= Levo (linksdraaiende) aminozuren hebben en D= Dextro (rechtsdraaiende) aminozuren hebben. Met rechtsdraaiende aminozuren kunnen wij mensen fysiologisch niks. Levo-aminozuren komen dan ook alleen voor in de natuur en dus in onze voeding.

De tabel hieronder geeft de verschillende soorten aminozuren aan:

Essentiële Aminozuren  

Niet-Essentiële Aminozuren

Semi- Essentiële Aminozuren

L-Iso-Leucine

L-Alanine

L-Arginin

L-Leucine

L-Asparagine

L-Cysteine

L-Valine

L-Asparaginezuur

L-Glutamine

L-Lysin

L-Glutaminezuur

L-Glycine

L-Methionine

L-Proline

L-Histidine

L-Fenylalanine

L-Serine

L-Tyrosine

L-Threonine

 

 

L-Tryptofaan

 

 

Eiwitten zijn niet alleen belangrijk voor spierherstel, maar ook voor weefselherstel in het gehele lichaam, het beïnvloeden van bloedsomloop, het centraal zenuwstelsel, en nog vele andere niet nader genoemde processen. Hieronder zijn alle 20 aminozuren in de menselijke voeding uitgewerkt met 4 specifieke kenmerken van deze aminozuren en waarvoor ze kunnen dienen. Er bestaan meer dan deze 20 aminozuren, echter beperken wij ons tot de aminozuren die in de menselijke voeding voorkomen en op labels staan vermeld van voeding(supplementen). Aminozuren hebben meer functies als hieronder is aangegeven, echter beperken ons tot de meest kenbare eigenschappen.

L-Alanine

  • Alanine is een niet-essentieel aminozuur en kan gesynthetiseerd worden uit BCAA’s
  • Bij tekort aan glucose is het, het belangrijkste aminozuur voor energieleverantie en kan het de bloedsuikerspiegel normaliseren
  • Fungeert als neurotransmitter in de hersenen
  • Een belangrijk bestandsdeel in celwanden van goedaardige natuurlijke bacteriën in de darmen

L-Arginine

  • L-Arginine is een semi-essentieel aminozuur. Volwassen kunnen het synthetiseren uit o.a. glutamine en proline. Kinderen kunnen dit nog niet waardoor het voor hen een essentieel aminozuur is
  • Bevordert de afgifte van groeihormoon in de hypothalamus
  • Precursor voor vaatverwijding, stikstofmonoxide stimulerend effect
  • Draagt bij aan de afgifte van insuline in de alvleesklier

L-Asparagine

  • Asparagine is een niet-essentieel aminozuur en kan gevormd worden uit ornithine en citrulline (beide een variant van het aminozuur arginine)
  • De naam is afgeleid van de groente asperge, aangezien het aminozuur daar zoveel in zit
  • Bevordert de uitscheiding van ammonia
  • Asparagine zorgt met name voor het balans in het zenuwstelsel en draagt tevens bij aan het ontgiften van bepaalde stoffen

L-Cysteine

  • Cysteine is een semi-essentieel aminozuur. Het is niet-essentieel omdat het uit het aminozuur methionine gemaakt kan worden, echter omdat cysteine één van de 2 zwavelhoudende aminozuren is, is dit aminozuur erg waardevol voor het lichaam en dus semi-essentieel
  • Naast methionine is cysteine een van de 2 aminozuren die zwavel bevat, waardoor dit aminozuur o.a. een antioxidant is
  • Cysteine, glutaminezuur en glycine vormen samen als tri peptide glutathion, wat bijna in alle cellen voorkomt en een antioxiderende werking heeft
  • Het menselijke haar bestaat tot 14% uit cysteine. Ook eendenveren bevatten veel cysteine

L-Fenylalanine

  • Fenylalanine is een essentieel aminozuur
  • Het is belangrijk voor de opbouw van het hormoon insuline en stimuleert de productie van het hormoon CCK ofwel cholecystokinine dat verantwoordelijk is voor het verzadigingsgevoel
  • Levert een bijdrage aan de productie van endorfine zoals dopamine, adrenaline en noradrenaline.
  • Aspartaam bevat fenylalanine, echter is dit geen belangrijke en raadzame bron van dit aminozuur door voeding

L-Glutamine

  • Glutamine is een niet-essentieel aminozuur en kan bij een tekort uit glutaminezuur worden gewonnen
  • Het aminozuur is het meest voorkomende vrije aminozuur in het lichaam en is bij meer stofwisselingsprocessen betrokken dan elk ander aminozuur
  • Glutamine is het meest voorkomende aminozuur in de hersenvloeistof, waar hij als neurotransmitter dient en verhoogt glutamine de productie van de gamma-aminoboterzuur afgekort: GABA
  • Naast cysteine en glycine zorgt glutamine voor de vorming van de tri peptide en het antioxidant glutathion

L-Glutaminezuur

  • Glutaminezuur, ofwel glutamaat is een niet-essentieel aminozuur
  • Alle eigenschappen van het aminozuur glutamine kunnen ook indirect aan het aminozuur glutaminezuur worden toegeschreven. Glutaminezuur is als het ware de ‘back-up’ van glutamine.
  • De omzetting van glutamine in glutamaat of glutaminezuur is essentieel voor de hersenfuncties en verhoogt de productie van GABA, een kalmerende neurotransmitter
  • Dit aminozuur kan via biosynthese een proline tekort aanvullen

L-Glycine

  • Glycine is een semi-essentieel aminozuur en kan bij een tekort uit l-serine worden gewonnen. Hoewel het lichaam dit aminozuur zelf kan aanmaken, kan er een tekort ontstaan bij o.a. groei of weefselherstel
  • Het is van groot belang voor de biosynthese van o.a. hemoglobine, creatine, glucose en adenosine trifosfaat en heeft een zeer belangrijke rol in het centrale zenuwstelsel, als een ‘remmende’ neurotransmitter
  • Het collageen (bindweefsel) van de huid en andere bindweefsels bestaat ongeveer 1/3 uit Glycine
  • Samen met arginine en methionine zorgt glycine voor de aanmaak van creatine en doet o.a. zo spierafbraak voorkomen.

L-Histidine

  • Histidine is een semi-essentieel aminozuur. Essentieel bij herstel en wondgenezing. Bij een tekort in normale omstandigheden kan er via biosynthese uit fosforibosylpyrofosfaat en ATP, histidine worden verkregen
  • Histidine is de precursor voor de aanmaak van histamine dat een belangrijke hormonale rol speelt bij ontstekingsreacties en hierbij dus fungeert als neurotransmitter
  • Draagt bij aan de productie van maagsappen
  • Histidine is vereist voor de productie van rode en witte bloedcellen

L-Iso-leucine

  • Iso-Leucine is een essentieel aminozuur
  • Iso-Leucine is ook nodig voor de vorming van hemoglobine en betrokken bij stolselvorming in het bloed
  • Dit aminozuur behoort tot de tri peptide groep namelijk de Branched Chain AminoAcids en ondersteund daarbij de werking van leucine om spiergroei te stimuleren
  • Draagt, net als de andere 2 BCAA’s bij aan de regulering van de bloedsuikerspiegel, waardoor de BCAA’s ook wel de naam gluco-aminozuren meekrijgen.

L-Leucine

  • Leucine is een essentieel aminozuur en het belangrijkste aminozuur voor spierherstel
  • Leucine is de sterkste en belangrijkste van de 3 BCAA’s en stimuleert het MTOR mechanisme welke eiwitsynthese en dus spiegroei stimuleert
  • Het versterkt de afgifte van insuline door het stimuleren van bètacellen in de lever
  • Mensen met een alcohol-, of drugsverslaving hebben vaak een te kort aan leucine

L-Lysine

  • Lysine kan niet zelf worden aangemaakt waardoor het een essentieel aminozuur is.
  • Lysine is in verhouding een klein aminozuur met een eenvoudige structuur
  • Naast het positief beïnvloeden van het concentratievermogen, stimuleert het de opname van calcium en dus indirect de groei en herstel van botweefsel
  • Dit aminozuur heeft een belangrijke rol in het afweersysteem. Lysine is onmisbaar voor de bouw van collageen, oftewel bindweefsel

L-Methionine

  • Methionine is een essentieel aminozuur
  • Naast cysteine is methionine één van de twee zwavelhoudende aminozuren. Met name gewrichtskraakbeen heeft voor de opbouw zwavel nodig
  • Draagt bij aan het reguleren van het zenuwstelsel
  • Methionine is zeer belangrijk voor de aanmaak van nieuwe bloedvaten

L-Proline

  • Proline is een niet essentieel aminozuur en kan middels biosynthese uit het aminozuur glutaminzuur worden gemaakt
  • Naast lysine is proline één van de belangrijkste aminozuren voor het opbouwen van menselijk collageen
  • Collageen, ofwel bindweefsel bevat ongeveer 15% proline
  • Levert een bijdrage aan wondgenezing en het functioneren van het immuunsysteem

L-Serine

  • Serine is een niet essentieel aminozuur
  • Speelt een belangrijke rol in de vorming van RNA, DNA en de vorming van ATP
  • Serine is een belangrijke factor bij het vetmetabolisme en draagt o.a. bij aan het maken van immunoglobulinen en antilichamen
  • Serine draagt bij aan de vochthuishouding van de huid, waardoor het ook gebruikt wordt in de cosmetica als huidmoisturizer

L-Threonine

  • Threonine is een essentieel aminozuur
  • Hoge concentraties van dit aminozuur zijn te vinden in de hart-, en skeletspieren en in het centraal zenuwstelsel
  • Draagt bij als een lijmvormend aminozuur voor collageen en elastine in de huid, maar ook in tandglazuur
  • Threonine ondersteund het immuunsysteem en de ontwikkeling van de thymus. De Thymus is voor velen een onbekend orgaan dat vlak onder het borstbeen zit en met name bij de groei een belangrijke rol speelt in ons afweersysteem en aanmaak van geheugencellen

L-Tryptofaan

  • Tryptofaan is een essentieel aminozuur
  • Mensen houden een relatief lage lichaamsvoorraad tryptofaan aan.
  • Dit aminozuur is de enige precursor (overdrachtstof) van de neurotransmitter serotonine (gelukshormoon) en dus essentieel
  • Speelt een belangrijke rol bij slaap, stress, depressies gerelateerde klachten

L-Tyrosine

  • Tyrosine is een niet essentieel aminozuur en kan uit het aminozuur l-fenylalanine omgevormd worden
  • Draagt bij aan de aanmaak van dopamine en norepinefrine
  • Speelt en belangrijke rol bij de overdracht van signalen in het zenuwstelsel en de hersenen, waardoor het bijdraagt aan het reactie-, en concentratievermogen
  • Tyrosine is een directe percursor van het schildklierhormoon thyroxine (T3)

L-Valine.

  • Valine is een essentieel aminozuur en hoeft niet eerst door de lever verwerkt te worden
  • Vernoemt naar de valeriaanplant, waardoor het een mogelijke bijdrage zou leveren aan de nachtrust, door o.a. nervositeit tegen te gaan
  • Doordat het synergetisch werkt en deel uitmaakt van de BCAA’s draagt valine net zoals de andere 2 aminozuren bij aan de aanmaak van spierweefsel
  • Noodzakelijk bij een goede werking van het zenuwstelsel en van invloed op de stikstofregulatie in het lichaam, maar levert ook een bijdrage aan het immuunsysteem

Verteringsprocessen van aminozuren

De vertering van eiwitten begint pas in de maag in tegenstelling tot koolhydraten. Specifieke enzymen in de maag breken deze eiwitten af tot ketens van gebonden peptiden/aminozuren, die vervolgens in de dunne darm terechtkomen en daar worden afgebroken door enzymen tot aminozuren. Als laatst worden de aminozuren door de darmwand van de dunne darm opgenomen in het bloed en getransporteerd naar daar waar nodig in het lichaam. Deze enzymen worden door de alvleesklier en de dunne darm geproduceerd.

Biologische waarde Aminozuren

Met de biologische waarde wordt eigenlijk de kwaliteit van het eiwit aangegeven. Hoe hoger de biologische waarde is van een voedingsproduct, des te meer essentiële aminozuren er in dat product zitten. Over het algemeen hebben dierlijke producten een hogere biologische waarde dan plantaardige producten. Echter, combinaties van bepaalde plantaardige producten kunnen de totale biologische waarde doen stijgen. De hoogst natuurlijke biologische waarde in voeding, in haar meest natuurlijke vorm, zo kant-en-klaar binnen bereik is (met uitzondering van colostrum/moedermelk), vinden we in eieren. Het kippenei heeft dan ook een biologische waarde van rond de 100%. Dan gaat het om een heel ei met dooier. Voor de serieuze sporter geldt dus: hoe hoger de biologische waarde, per product en/of gecombineerd product, hoe meer essentiële aminozuren, en dus hoe beter dit een bijdrage zal leveren aan het herstel.

Hieronder volgt een tabel met ongeveer de verschillende biologische waardes per product.

(bewerkte) Dierlijke producten

Waarde

Plantaardige producten

Waarde

Whey Isolaat

140

Soja

74

Whey Concentraat

120

Onbewerkte rijst

59

Ei (heel)

100

Bruine Rijst

57

Eiwit

88

Witte Rijst

56

Kaas

84

Pinda’s/ Doperwten

55

Kip/Kalkoen

79

Tarwe

49

Caseïne/Melkeiwit

77

Sojabonen

47

Vis

70

Bloem

41

Mager Vlees

69

Bruine Bonen/ Aardappels

34

Protein Digestibilty Corrected Amino Acid Score (1)

Deze scorelijst is een methode om de kwaliteiten en verteerbaarheid van eiwitten/ proteïnen in voedingsmiddelen te beoordelen. Deze scorelijst is geadopteerd door de Amerikaanse FDA (Food and Drug Administration) en de wereld gezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties en in 1993 gekozen als de beste manier om eiwitten te beoordelen op kwaliteit en verteerbaarheid. Hierbij is de waarde van 1 de hoogste score en die van 0 de laagste score, waarbij afgesproken is dat scores hoger dan 1 worden afgerond naar 1. Hieronder een korte weergave van een aantal producten en hun score.

PDCAAS:

Voedingsmiddel:

1

whey (melk eiwit)

1

koeienmelk

1

eieren

1

caseïne (melk eiwit)

0,92

biefstuk

0,91

soja

0,893

geconcentreerde erwten eiwit

0,87

zwarte bonen

0,73

groenten

0,65

vers fruit 

Whey & BCAA’S

Door de groeiende zuivelindustrie afgelopen eeuwen en de invloed van de moderne technologie kan er een afvalproduct van de melkproductie gebruikt worden, namelijk: Wei, ook wel whey-eiwit genoemd. Door de enorme groei van de voedingssupplementenindustrie en met de huidige filtratie technologieën kan de biologische waarde van whey oplopen tot wel 140% en is het ook nog eens uitstekkend verteerbaar als we kijken naar PDCAAS. De vraag is echter of whey eiwitpoeder nog een supplement genoemd moet worden. Whey is namelijk een aftreksel van de zuivelproductie net zoals kaas dat is. Wij blijven het echter toch een supplement noemen, aangezien het meerdere filtratieprocessen ondergaat en met toevoeging van smaakstoffen tot een poeder wordt geproduceerd.  

Deze whey is met name erg rijk aan vertakte peptiden als valine, iso-leucine en de belangrijkste: leucine. Deze combinatie tri peptiden noemen ze ook wel de BCAA’s, ofwel de Branched Chain Amino Acids. Hoewel deze 3 aminozuren synergetisch werken is leucine de belangrijkste van deze 3, helemaal als het om spierweefsel herstel gaat. Leucine stimuleert een complex systeem in de spiercel, de: MTOR (Mammalian Target of Rapamycin) dat een proces initieert wat de eiwitsynthese doet toenemen. Onder deze eiwitsynthese verstaan wij het herstel en de toename van spiereiwit in een spiercel, ofwel spiergroei. Leucine is dus het belangrijkste aminozuur als het om spierherstel en groei gaat.

MPS & Muscle Full Effect (2)

MPS staat voor Muscle Protein Synthesis. Dit is het proces waarbij het lichaam aminozuren construeert om beschadig spierweefsel van zware inspanningen, zoals krachttraining, te doen herstellen. Het begunstigt de tegenovergestelde werking van MPB, wat voor Muscle Protein Breakdown staat. Kort gezegd; wanneer de MPS beter verloopt dan het MPB hebben we spiergroei en praten we over een anabool effect.

Zoals al eerder vermeld is het essentieel aminozuur leucine hier de belangrijkste factor in, met inachtneming van alle andere essentiële aminozuren en vooral die leucine ondersteunen. De spiercel heeft een beperkte capaciteit om een bepaalde hoeveelheid essentiële aminozuren zoals valine, iso-leucine, maar vooral leucine in een bepaalde tijd te absorberen. Dit principe wordt de Muscle Full Effect genoemd. Hoewel we via ons spijsverteringskanaal alle aminozuren zullen verteren en dus zullen worden opgenomen, onafhankelijk van de hoeveelheid proteïne per maaltijd, is er op celniveau een beperkte opname capaciteit van deze essentiële aminozuren. Over dit onderwerp zijn nog vele onderzoeken gaande, maar met de huidige kennis zou de opname capaciteit op zo’n 2-4 gr. leucine liggen per 2 uren afhankelijk van MBP, leeftijd, geslacht, spiermassa en nog een aantal andere relevante factoren. 

Proteine en TEF (3) (4)

Naast dat proteïnen een weefselherstellend effect hebben, hebben ze ook een goede eigenschap op je metabolisme. Proteïnen zijn namelijk superieur in hun TEF ten opzichte van de andere 2 macronutriënten vetten en koolhydraten. TEF staat voor Thermic Effect of Food, ofwel het thermogenische effect van voeding, ofwel de energie die het een lichaam kost om eiwitten te verwerken. Niet alleen bewegen kost energie, maar alle processen in het lichaam kosten energie, herstelprocessen, maar ook lichaamstemperatuur of het functioneren van organen. Het verteren van voeding kost ook energie, ongeveer 10% van de kilocalorieën die men eet gaat op aan het verteringsproces. Eiwitten hebben een TEF van 20-30%, vetten hebben een TEF van 2-3% en koolhydraten hebben een TEF van 8-9%. Het kost het lichaam dus meer energie om eiwitten te verteren dan koolhydraten en vetten. Dit is de reden waarom een eiwitrijk voedingsbeleid en een kilocalorieëntekort in combinatie met krachttraining zo effectief is om af te vallen. Er is een beter (spier)weefsel behoudt, wat zorgt dat spiermassa geoptimaliseerd blijft en de verbranding niet fors omlaag gaat. Spieren verbruiken energie bij alle dagelijkse bezigheden en sporten, vetcellen doen dat niet op die manier. Verder heeft het thermogenetische effect van eiwitten een positieve werking op het metabolisme omdat het lichaam meer energie nodig heeft om deze eiwitten te verteren en te verwerken. Ook hebben proteïnen een verzadigde werking,waardoor eerder een voldaan en voller gevoeld bereikt wordt.

Tot slot (5) (6) (7)

Wanneer men de gemiddelde sportschoolbezoeker vraagt waarom hij of zij een eiwit shake neemt, krijgt men in de meeste gevallen te horen: ‘dat is toch goed voor mijn spierherstel?’ Door de enorme voedingssupplementenindustrie en de geweldige, soms verbluffende, marketingtechnieken die hieruit voortvloeien zien sporters door de bomen het bos niet meer. Men heeft vaak wel de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. Uit bovenstaande informatie blijkt dat aminozuren niet louter voor spierherstel zijn, maar bij heel veel processen betrokken zijn die ook indirect met algemeen weefselherstel te maken hebben. Hier maakt de voedingssupplementen industrie volop gebruik van waardoor er ook producten verkocht worden waarvan inmiddels wetenschappelijk bewezen is dat zij geen bijdrage leveren aan bijvoorbeeld spierherstel. Dit is het geval bij bijvoorbeeld L-Glutamine en BCAA’s. Meta-analyses (studies van studies) en RCT’s hebben inmiddels aangetoond dat geen van beide een voordeel hebben als het gaat om spierweefselherstel. Van L-Glutamine is bijvoorbeeld aangetoond dat het grootste gedeelte vergaat bij het passeren van de darmwand en van het enkel toedienen van BCAA’s is aangetoond dat dit geen meerwaarde heeft voor spiercelherstel, ondanks het belangrijkste aminozuur wat hierin zit, L-Leucine. Hoogstwaarschijnlijk heeft dit o.a. te maken met de combinatie van andere essentiële aminozuren en de synergie waarin deze essentiële aminozuren samenwerken. Hierdoor is de keuze voor bijvoorbeeld een whey eiwit veel logischer en vaak ook nog een makkelijkere manier om eiwitten met een hoge biologische waarde en een goede verteringsscore toe te voegen aan het voedingsbeleid.

Bronnen:
  1. Advantages and limitations of the protein digestibility-corrected amino acid score (PDCAAS) as a method for evaluating protein quality in human diets. https://www.cambridge.org. [Online] https://www.cambridge.org/core/journals/british-journal-of-nutrition/article/advantages-and-limitations-.
  2. A systematic review, meta-analysis and meta-regression of the effect of protein supplementation on resistance training-induced gains in muscle mass and strength in healthy adults. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov. [Online] https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28698222/.
  3. The macronutrients, appetite and energy intake. www.ncbi.nlm.nih.gov. [Online] https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4960974/.
  4. Higher compared with lower dietary protein during an energy deficit combined with intense exercise promotes greater lean mass gain and fat mass loss: a randomized trial. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov. [Online] https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26817506/.
  5. Whey protein ingestion in elderly persons results in greater muscle protein accrual than ingestion of its constituent essential amino acid content. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov. [Online] https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19083472/.
  6. The effect of glutamine supplementation on athletic performance, body composition, and immune function: A systematic review and a meta-analysis of clinical trials. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov. [Online] https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29784526/.
  7. Branched-chain amino acids and muscle protein synthesis in humans: myth or reality? https://jissn.biomedcentral.com. [Online] https://jissn.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12970-017-0184-9.
 
 

Recente artikelen

  1. Waarom vitamine D3

    Waarom vitamine D3

  2. Alles over cordycepine

    Alles over cordycepine

Blijf op de hoogte

Geen zorgen, we zullen geen spam versturen

Jouw winkelwagen — 0

Jouw winkelwagen is momenteel leeg

Inloggen

Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »